Fokken is meer dan willekeurige dieren bij elkaar zetten. Je moet weten wat de sterke en zwakke punten van je dieren zijn, en op basis daarvan gericht combineren.
Combineren met een doel
Heb je hennen met kammen die niet goed omvallen, dan zet je daar een haan met een iets te grote kam bij: zo fok je bij de hennen grotere kammen die beter omvallen. Van die haan zou ik zelf geen hanen aanhouden, want die zouden juist een veel te grote kam krijgen, wat weer een grove fout is.
Zijn je bonte Leghorns te wit, dan pak je een sterk bonte, donkere haan om iets donkerdere hennen te krijgen. Let daarbij wel op dat ze niet te donker worden. Fokken is voortdurend schakelen tussen goede en foute eigenschappen: je houdt altijd dieren over die goed zijn, dieren met een enkele fout, en dieren met meerdere fouten.
Werken met beperkte bloedlijnen
Voor sommige kleuren is de opzet eenvoudig: gewoon een keer fokken en kijken wat het geeft. Bevalt het resultaat, dan houd je door; zo niet, dan gaan de dieren weer weg.
Bij kleuren met een kleine populatie, zoals blauw patrijs, ligt het lastiger. Zit je met hennen die onderling niet te onderscheiden zijn qua verwantschap, dan kun je bijvoorbeeld de minder getekende dieren terugzetten op de vader, en met een ander hennenkoppel juist doorfokken op kleur. Vervolgens haal je er een goede onverwante haan bij, waarna je weer verder kunt via vader-dochter- of moeder-zoonfok. Steeds houd je de dieren aan die het ideaaltype het beste benaderen.
Voor de bonte Leghorn werk ik met meerdere koppels die ik bewust zo min mogelijk aan elkaar verwant houd, door de hanen en hennen van verschillende koppels te wisselen. Zo blijft er altijd weer een onverwante combinatie over om mee verder te fokken, en kan ik ook op de langere termijn vooruit zonder te hoeven inteelten.
De grijsbonte Leghorn
Bij de grijsbonte Leghorn, een zeldzame kleurslag, is nog volop uitzoeken hoe de fokkerij het beste aangepakt kan worden. Het idee is om deze dieren te combineren met zowel zwarte als bonte Leghorns, om zo uiteindelijk een paar losse bloedlijnen op te bouwen die de fokkerij op termijn makkelijker maken.