Broedeieren schouwen met een schouwlamp om de ontwikkeling te controleren

Broeden

Veel mensen willen vroeg of laat wel eens eieren uitbroeden. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Er zijn twee manieren: met een kip (natuurbroed) of met een broedmachine. In beide gevallen begin je met goede eieren.

Goede broedeieren

Goede eieren zijn regelmatig van vorm, onbeschadigd en niet te ernstig bevuild. Belangrijk: maak eieren nooit schoon, dat beschadigt de beschermlaag. Bewaar ze niet te koud en zeker niet in de koelkast; ik bewaar ze zelf tussen de 10 en 15 graden, en niet langer dan ongeveer 10 dagen voordat ze de machine in gaan.

Natuurbroed of broedmachine

Kies je voor natuurbroed, houd er dan rekening mee dat het mis kan gaan: niet elke kip is een goede moeder. Sommige trappen eieren kapot of verlaten het nest te vroeg. Let goed op dat de broedse hen blijft eten en drinken, en haal haar er zo nodig dagelijks even af tot dag 19 — de eieren kunnen best even zonder warmte. Ook nestluis kan een hen het nest doen verlaten, of ze vertrekt met het eerste kuiken terwijl de rest van de eieren achterblijft. Om deze redenen kies ik zelf voor een broedmachine.

Een broedmachine kiezen

Ga voor een motorbroeder (met verwarmingsdraad en ventilator) en niet voor een vlakbroeder. Pas op met goedkope plastic machines: de thermostaat is vaak onbetrouwbaar en de veiligheid bij 230V netspanning is een serieus punt. Voor beginners zijn merken als Brinsea en R-com een goede keuze. Wil je gelijk serieus gaan broeden, kijk dan naar MS, Heka of Hemel: duurder in aanschaf, maar het waard. Neem indien mogelijk een machine met automatische kering. Zelfbouw raad ik alleen aan wie echt verstand heeft van elektronica; de doorontwikkelde machines van de gevestigde merken zijn vrijwel altijd beter.

Temperatuur en luchtvochtigheid

Voor een motorbroeder hou ik 37,5°C aan, voor een vlakbroeder 38,3°C (de eieren worden daar maar aan één kant verwarmd). Laat de machine 1 tot 2 dagen voordraaien voordat je de eieren inlegt, zodat de temperatuur stabiel blijft. De eerste 19 dagen hou ik de relatieve luchtvochtigheid tussen de 45 en 55%, gemeten met een natte bol. Op dag 19 leg je de eieren op een rooster en verhoog je de luchtvochtigheid naar zo’n 70% voor het uitkomen.

Schouwen

Broedeieren schouwen met een schouwlamp om de ontwikkeling te controleren

Door een ei tegen het licht te houden (schouwen) zie je de ontwikkeling. In het begin is het netwerk van bloedvaten goed te zien. Wie hier nog onzeker in is, kan het beste op dag 6, 10 en 14 schouwen; met meer ervaring kan dat al vanaf dag 5. Ook de luchtkamer verraadt fouten: een juiste ontwikkeling geeft een regelmatige luchtkamer, een te hoge luchtvochtigheid een te kleine luchtkamer en een te lage luchtvochtigheid juist een te grote. Bij een verkeerde luchtvochtigheid kunnen kuikens misvormd raken, of stikken omdat de luchtkamer te klein is.

Uitkomst

Na het inleggen keer je de eerste dag of twee dagen niet; daarna keer je dagelijks tot dag 19. Op dag 20 komen de eerste kuikens, op dag 21 zouden ze er allemaal uit moeten zijn. Open de machine niet voordat alle kuikens uit zijn. Niet elk ei komt uit — help een kuiken echter nooit uit het ei. Een kuiken dat er zelf niet uitkomt, is meestal te zwak en dat is de natuurlijke manier om aan te geven dat het niet levensvatbaar is.

Kuikens: en nu?

Bij natuurbroed regelt de moederhen de warmte en zorg zelf, al moet je wel kuikenmeel geven — voer voor volwassen dieren is te grof en niet geschikt. Bij machinebroed moet je zelf voor warmte zorgen. Ik gebruik daarvoor bewust een warmteplaat en geen warmtelamp: een plaat is veel energiezuiniger en de kuikens behouden een natuurlijk dag-en-nachtritme.

Zet de plaat zo dat de ruggen van de kuikens hem net raken, en zet één kant iets hoger dan de andere zodat ze zelf hun plek kunnen kiezen. Naarmate de kuikens groeien, gaat de plaat omhoog. Rond 6 weken zitten ze goed in de veren en kan de plaat weg (bij traaggroeiende rassen soms iets later). Een dimmer op de warmteplaat helpt de kuikens geleidelijk te wennen aan minder warmte, zodat ze na 6 weken geen moeite hebben met de overgang.